Kunstrijden was lang een vergeten sport in Nederland. Lindsay van Zundert zorgde afgelopen winter voor een opleving door als eerste Nederlandse kunstrijdster in 46 jaar op de Olympische Spelen te staan. Nu wil schaatsbond KNSB met behulp van een nieuw nationaal trainingscentrum ook in deze ijssport bij de wereldtop gaan horen.
Als de kersverse disciplinemanager kunstrijden bij de KNSB is Niki Wories trots op het nieuwe nationale trainingscentrum dat de schaatsbond anderhalve week geleden opende. Als net gestopte kunstrijdster voelt de zesvoudig Nederlands kampioene ook iets anders."Ik ben superjaloers op de sporters die in dit centrum kunnen trainen", zegt ze in Thialf."Ik heb dit nooit gehad."
"Tot vier jaar geleden voelde het alsof kunstrijden een ondergeschoven kindje was bij de KNSB. Langebaanschaatsen en shorttrack zitten natuurlijk veel meer in de Nederlandse cultuur", zegt Wories."Daarom is het een grote stap dat dit trainingscentrum puur voor het kunstrijden is opgezet. De rijders krijgen zo het idee dat de KNSB met hen strijdt voor een betere toekomst voor het kunstschaatsen in Nederland. Ik heb me vroeger meer alleen gevoeld in die strijd.
Dat vond De Wit ook toen hij 4,5 jaar geleden begon als technisch directeur bij de KNSB. De oud-basketbalcoach besloot na vele gesprekken dat een centrale trainingslocatie voor Nederlandse kunstrijders de manier was om dat te bereiken. Het was een keuze die voor flink wat weerstand zorgde, ook bij de stichting van Haanappel.