De Efteling bestaat woensdag 70 jaar. In al die tijd is er nooit iets uit het park verkocht of weggegooid. Geen Roodkapje, Holle Bolle Gijs, draak of kabouter ontsnapte. En dat is te danken aan Aart Waltman. Hij zorgde voor het onderhoud en repareerde alles dat te repareren was: “Weggooien doen we niet. Het is erfgoed.”
Aart maakte een groot deel van de geschiedenis van het jubilerende attractiepark mee. Hij werkte 24 jaar in de Efteling. In 1985 begon hij als afdelingschef bij de Fata Morgana. Hij was verantwoordelijk voor het onderhoud. Daarna ging hij naar de Droomvlucht: “We begonnen een half uur eerder en gingen een half uur later dicht, om alle bezoekers een kans te geven een rit te maken. Iedereen wilde komen kijken.
In 1994 stapte Aart over naar de afdeling Decoratie en Vormgeving. Hij zorgde er hoogstpersoonlijk voor dat er niets werd weggegooid. En dan ook echt niets. In het park, aan het Anton Pieckplein, ligt het Eftelingmuseum. Hij wijst naar een baby-Holle Bolle Gijs vol met gaten: “Die was zó beschadigd dat we hem niet meer konden repareren. We vinden het erfgoed, dus gaat het niet in de verkoop, dat mag ook niet. Alles blijft hier in het park, in het rekwisietenmagazijn.
In zijn 24 jaar heeft Aart alle hoeken van het attractiepark gehad. Als je naar zijn favoriet vraagt, neemt hij je niet mee naar de Python, Droomvlucht of Joris en de Draak. Hij steekt het Anton Pieckplein over, naar een attractie die de meeste mensen voorbij lopen: Zwaan kleef aan. “Hier krijg ik kippenvel van”, zegt Aart met ontroering in zijn stem. “Dit is zo minuscuul gemaakt, zo verfijnd. Maar met zo veel beweging, want je ziet ze ook lopen. Het is voor die tijd, in 1958 gemaakt, echt petje af. Een parel van de Efteling, zo mooi.”Ook na zijn pensionering in 2009 komt Aart nog regelmatig in het park. Het museumpje slaat hij nooit over.
Met een glinstering in zijn ogen: “Tegen mijn kleinkinderen zeg ik altijd: ‘Dat heeft opa gedaan’. Ik blijf hier altijd komen.”